Sociale angst, autisme en pesten in mijn jeugd: Hoe het absoluut níét moest

Inhoudsopgave

Hieronder vind je een overzicht van alle onderdelen van dit verhaal. Je kunt rechtstreeks naar een onderdeel springen en later eenvoudig verder lezen waar je gebleven bent.

 

  1. Waarom ik dit verhaal vertel
  2. "Frank, hoe krijgen wij dat nu van het bord af?"
  3. Het hield niet op toen ik van school ging
  4. En toen kwam de middelbare school
  5. Hoe het absoluut níét moest

Hoofdstuk 1:

Waarom ik dit verhaal vertel

Dit verhaal vertel ik niet om sympathie te krijgen en ook niet om mezelf neer te zetten als slachtoffer of iemand met de zwaarste jeugd die er bestaat. Ik weet dat er mensen zijn die natuurlijk nog veel heftigere dingen hebben meegemaakt. Mijn jeugd heeft mij geraakt, maar dat betekent niet dat mijn verhaal het ergste verhaal is.

Daarbij wil ik benadrukken dat ik lieve en goede ouders heb en dat mijn jeugd natuurlijk niet alleen uit moeilijke momenten bestond. Er zijn ook mooie herinneringen, momenten van plezier en gebeurtenissen waar ik met warmte aan terugdenk. Dit verhaal richt zich alleen op de ervaringen die mij hebben geraakt, omdat ik wil laten zien hoeveel invloed woorden, oordelen en onbegrip op een mens kunnen hebben — en hoe lang die invloed soms kan doorwerken.

Wat ik wil laten zien, is wat er kan gebeuren wanneer een kind met autisme anders wordt begrepen dan het werkelijk is. Hoe diep woorden kunnen snijden. Hoe lang vernedering en uitsluiting kunnen doorwerken. Maar ook hoe belangrijk het is dat we elkaar proberen te begrijpen voordat we een oordeel vellen.

Mijn verhaal gaat daarom niet alleen over wat er vroeger misging. Het gaat ook over wat wij vandaag anders kunnen doen: beter luisteren, minder snel invullen wat iemand wel of niet kan, beter proberen te begrijpen wat er in iemand omgaat, en samen proberen de miscommunicatie tussen mensen te verkleinen.

Want soms is één verkeerd begrepen kind genoeg om jarenlang met de gevolgen te leven.

En soms kan één beetje meer begrip een wereld van verschil maken.

Sommige wonden zie je niet

Ze zitten niet op je huid. Er staat geen litteken boven dat iemand kan aanwijzen. Je kunt er jarenlang mee rondlopen zonder dat iemand werkelijk begrijpt waar bepaalde angsten vandaan komen. Soms lijken ze zelfs onredelijk voor de buitenwereld.

Hoewel je het niet altijd aan de buitenkant kunt zien, kunnen sociale gelegenheden mij enorm beangstigen. Ik kan mij sterk bewust worden van hoe ik overkom en van de manier waarop anderen mij zouden kunnen zien.

Maar die angst is niet uit de lucht komen vallen.

Soms in een klaslokaal, waar een kind voor de zoveelste keer te horen krijgt dat het iets niet goed doet. Soms op een schoolplein, tussen stemmen en gelach. Soms in een afgesloten kleedkamer waar een kind bang is dat niemand hem komt halen. 

En soms worden ze geboren uit iets wat misschien nog dieper gaat:

het steeds opnieuw verkeerd begrepen worden.

Ik weet hoe het is om voortdurend na te denken over hoe je overkomt.

Om jezelf te observeren.

Om je af te vragen of iemand je verkeerd heeft begrepen.

Of je iets verkeerd hebt gezegd.

Waarom ben je zo gespannen tussen andere mensen?

Waarom ben je zo bang om iets verkeerd te doen?

Waarom denk je zo vaak na over hoe je overkomt?

Waarom kun je niet gemakkelijk jezelf zijn?

Ik heb mezelf die vragen ook jarenlang gesteld.

Tegenwoordig weet ik dat een groot deel van het antwoord teruggaat naar mijn jeugd

Naar klaslokalen, schoolpleinen, gangen, kleedkamers en de gezichten van volwassenen die mij hadden moeten beschermen.

Ik heb autisme en een sociale angststoornis. Aan de buitenkant zijn deze twee dingen niet direct zichtbaar. Je ziet niet zomaar aan mij dat mijn hersenen de wereld op een andere manier verwerken of dat sociale situaties bij mij zoveel spanning en onzekerheid kunnen oproepen. Daardoor konden mensen vroeger gemakkelijk denken dat ik gewoon stil, teruggetrokken, onzeker of misschien zelfs ongeïnteresseerd was, zonder te begrijpen wat daar werkelijk achter zat.

Als kind was ik rustig, kwetsbaar en verlegen. Ik leerde op een andere manier dan veel andere kinderen. Ik had niet méér hardheid nodig, maar meer begrip. Niet iemand die mij kleiner maakte, maar iemand die mij hielp begrijpen hoe ik de wereld kon begrijpen.

Maar juist daar ging het mis.

Dit is mijn verhaal over een periode waarin ik me steeds opnieuw verkeerd begrepen voelde.

En uiteindelijk is het ook een verhaal over iets anders.

Over leren begrijpen wie je zelf bent.

Over zelfliefde.

Over hoe je jezelf opnieuw kunt leren zien nadat anderen je jarenlang hebben verteld wie je zogenaamd was.

Een kind dat anders leerde

Op de basisschool, op Tweemaster Tuselant, werd destijds vermoed dat ik autisme had.

Achteraf bezien vind ik het pijnlijk hoe er met dat vermoeden werd omgegaan.

Er werd een papier aan mijn ouders meegegeven met allerlei vragen over autistische kenmerken. Vragen die sterk aansloten bij stereotypen en lang niet allemaal bij mij pasten. 

Mijn ouders werden daardoor geconfronteerd met een beeld van autisme dat hen afschrikte. Het was geen warme uitnodiging om samen te ontdekken wie hun kind was en wat hij nodig had.

Het voelde eerder alsof er een lijst met afwijkingen werd neergelegd.

Mijn ouders schrokken ervan en wilden er uiteindelijk niets van weten.

Niet omdat ze mij niet wilden begrijpen, maar omdat de manier waarop hiermee werd omgegaan voor hen niet menselijk voelde.

Ik had een andere manier van leren nodig.

De juffen waren er zelfs verbaasd over dat ik mezelf had leren lezen en schrijven.

Dat had misschien een aanleiding kunnen zijn om nieuwsgierig te worden.

Om te vragen:

Hoe leert Frank eigenlijk?

Wat werkt voor hem?

Wat heeft hij nodig?

Maar zo heb ik het destijds niet ervaren.

In plaats van dat verschil te zien als iets waar nieuwsgierig naar mocht worden gekeken, werd het verschil uiteindelijk iets waarvoor ik mij moest schamen.

Ik werd vaak neergezet als iemand die niets kon.

Alsof mijn manier van leren betekende dat ik dom was.

Maar ik was niet dom.

Ik was anders.

Ik leerde anders.

Dat verschil zou ik pas veel later leren begrijpen.

Een kind dat huilde en volgens de volwassene niet huilde

Er was ook een moment dat mij tot op de dag van vandaag is bijgebleven.

Tijdens een schoolpauze rende ik ergens tegenop.

Ik viel hard.

Ik had mij flink bezeerd.

De pijn was zo groot dat ik ontroostbaar was.

Ik huilde.

Niet een beetje.

Ik huilde ontzettend lang.

En toch werd er aan mijn ouders verteld dat ik helemaal niet huilde.

Dat het mogelijk door autisme kwam.

Ik was verbijsterd.

Hoe kon iemand zeggen dat ik niet huilde terwijl ik juist zo lang en zo hevig had gehuild?

Was het een leugen om je van school af te krijgen?

Je eigen gevoel?

De waarneming van de ander?

Want als iemand zelfs jouw tranen ontkent terwijl je ze daadwerkelijk hebt gehuild, wat moet je dan nog geloven over jezelf?

Hoofdstuk 2:

"Frank, hoe krijgen wij dat nu van het bord af?"

Een woord op het schoolbord. Een beschuldigende blik. Een juf die haar oordeel al lijkt te hebben gevormd.


Create Your Own Website With Webador