Hoofdstuk 2:
"Frank, hoe krijgen wij dat nu van het bord af?"
Een van de juffen uit die periode heb ik ervaren als iemand die mij voortdurend naar beneden haalde.
Het voelde alsof haar aandacht steeds opnieuw op mij gericht was.
Alsof zij precies de kinderen uitkoos die het minst goed voor zichzelf konden opkomen.
Kinderen die stil waren.
Kinderen die verlegen waren.
Kinderen die niet gemakkelijk terugschreeuwden.
Ik was zo'n kind.
Wat ik ook deed, het kon verkeerd zijn.
Ik hoefde niet eens iets gedaan te hebben om mij schuldig te voelen.
Alsof ik nooit wist wanneer iets wat ik deed ineens verkeerd zou zijn.
Ik liep bij haar voortdurend op eieren.
Alsof ik voortdurend moest opletten.
Hoe praat ik?
Hoe kijk ik?
Wat doe ik?
Wat zeg ik?
Wat denkt zij?
Heb ik iets fout gedaan?
Op een dag had iemand het woord "lul" op het bord geschreven.
Ik had het niet gedaan.
Toch keek de juf naar mij en vroeg:
"Frank, hoe krijgen wij dat nu van het bord af?"
Zo'n zin lijkt misschien klein wanneer je hem los van de context leest.
Maar voor een kind kan zo'n moment enorm zijn.
Je staat daar.
Je weet dat je het niet hebt gedaan.
En toch wordt alleen jij met verontwaardiging aangesproken alsof jij verantwoordelijk bent.
Terwijl sommige kinderen die mij treiterden in haar ogen juist de lieverdjes en favorieten waren.
Zij kwamen er altijd mee weg.
"Dikkie Dik"
Sommige woorden blijven langer hangen dan ze zouden moeten.
Een selectieve groep klasgenoten noemden mij geregeld dom, omdat ik langzamer was en anders leerde.
Ik kreeg namen te horen zoals:
Dikzak.
Vetzak.
Dombo.
Sukkel.
Ze bedreigden mij.
Fysiek.
En ondertussen leek er niets tegen te worden gedaan.
Dat is voor een kind verwarrend.
Je vraagt je af:
Waarom mag iemand mij dit noemen?
Waarom wordt er niets gedaan?
Waarom ben ík degene die problemen krijgt?
Wat doe ik verkeerd?
Maar misschien was de vraag helemaal niet wat ik verkeerd deed.
Misschien had ik simpelweg bescherming nodig.
Ik werd door een klasgenoot "Dikkie Dik" genoemd.
En op een gegeven moment was ik het zat.
Ik kon het niet meer verdragen.
Ik accepteerde het niet langer en gaf zelf boos een scheldwoord terug.
Daar waar het uitlachen en mij "Dikkie Dik" noemen blijkbaar mocht, veranderde de sfeer zodra ik zelf reageerde.
Zodra ik zelf kwaad werd, werd ik door zowel de klasgenoot als de juf enorm verontwaardigd bejegend.
Ik herinner me hoe de juf naar voren leunde, mij van dichtbij aankeek en daarbij van dichtbij streng zei: Maar je bent tenslotte toch een beetje...
De rest van die zin mocht ik zelf invullen.
Ik wist wat ermee bedoeld werd.
Dat is misschien wel een van de vreemdste dingen die een kind kan leren: dat anderen je pijn mogen doen, maar dat jij niet boos mag worden omdat het pijn doet.
Ik werd uitgelachen.
Ik werd bespot.
Ik mocht niet boos zijn.
Ik mocht niet verdrietig zijn.
Ik mocht niet terugreageren.
Want zodra ik dat deed, leek mijn reactie ineens het probleem te zijn.
"Je kunt niet eens je eigen naam schrijven"
Op een dag smeet de juf mijn boekje hard op mijn tafel.
Ik herinner me de plotselinge beweging.
Het geluid waarmee het boekje op het tafelblad terechtkwam.
En haar stemverheffing en boze blik:
'Hier, je kunt niet eens je eigen naam schrijven!’
Voor een kind zijn zulke woorden geen losse zinnen.
Ze kunnen zich vastzetten.
Ze kunnen zich langzaam vermengen met het beeld dat je van jezelf krijgt.
Misschien kan ik inderdaad niets.
Misschien ben ik inderdaad dom.
Misschien klopt het wat ze zeggen.
Dat terwijl ik juist op een andere manier leerde.
Dat zijn gedachten die zich langzaam kunnen nestelen wanneer een kind ze vaak genoeg hoort.
Ik heb die juf destijds ook als iemand ervaren die bijzonder hard kon zijn tegenover kwetsbare kinderen. Jaren daarvoor had zij zelfs een ander kind hard in het gezicht geslagen.
Voor mij bevestigde dat een beeld dat ik al had gekregen: dat haar manier van omgaan met kinderen niet veilig voelde.
En ik was te jong om te begrijpen hoe ik mij daartegen moest verweren.
De spreekbeurt
Maar misschien is er één gebeurtenis die voor mij het duidelijkst laat zien hoe diep dit ging.
Mijn spreekbeurt.
Een spreekbeurt hoort een moment te zijn waarop een kind iets mag vertellen.
Je staat voor de klas.
Misschien trillen je handen een beetje.
Misschien voel je je zenuwachtig.
Maar je weet dat de mensen om je heen je horen te steunen.
Voor mij werd het iets anders.
Tijdens een eerdere spreekbeurt van een andere leerling had een vriend naast mij iets tegen mij gefluisterd en mij iets laten zien.
Het had niets met de spreekbeurt van die leerling te maken.
Die vriend kreeg vervolgens ontzettend de slappe lach.
Dat gebeurde bij hem wel vaker.
Omdat hij naast mij zat, stak zijn lach mij aan.
Ik lachte mee.
Niet omdat ik dat wilde.
Niet omdat ik de spreekbeurt wilde verstoren.
Niet omdat ik iemand uitlachte.
Maar omdat ik naast iemand zat die vreselijk moest lachen en mij daarin meenam.
Vervolgens besloot de juf met de hele klas af te spreken dat ze mij tijdens mijn eigen spreekbeurt collectief zouden uitlachen.
Achter mijn rug om.
Allemaal.
Alleen ik.
Daar sta je dan als kind.
Voor de klas.
Met je verhaal.
Met alle ogen op je gericht.
En zonder dat je weet wat er precies gaat gebeuren, weet je dat de mensen om je heen tegen je zijn.
"Bah, je spuugt op m'n mond"
Er waren zelfs momenten waarop ik alleen maar iets tegen haar wilde zeggen.
Dan stond zij buiten met collega's te roken.
Wanneer ik haar aansprak, kon ze woest reageren.
Ik herinner me dat ze woest op mij werd en met stemverheffing zei:
"Bah, je spuugt op m'n mond, wegwezen!"
Ik weet nog hoe verwarrend zulke momenten voor mij waren.
Ik wilde gewoon iets zeggen.
Maar zelfs dat kon blijkbaar verkeerd zijn.
Ik stond daar.
Weer met datzelfde gevoel:
Wat heb ik nu gedaan?
Dat was misschien wel het terugkerende thema van mijn jeugd.
Niet alleen dat anderen mij pijn deden.
Maar dat ik vaak niet begreep waarom ik als degene werd behandeld die iets verkeerd had gedaan.
De afgesloten kleedkamer
Nog voordat ik bij haar in de klas kwam, kende ik haar eigenlijk nog niet goed.
Maar zij had toen al tegen een andere juf aangegeven dat zij mij hard wilde aanpakken zodra ik bij haar in de klas zou komen.
In groep 3 gebeurde er iets wat ik nooit ben vergeten.
Na de gymles moest ik mij omkleden.
Ik was niet snel genoeg.
De gymzaal stond buiten het schoolgebouw.
En toen werd de deur van de kleedkamer op slot gedaan.
Bewust.
Om mij bang te maken.
Door mijn juf.
In opdracht van juist die juf die ik nog niet goed kende.
Voor mij als kind was het enorm.
Ik was écht doodsbang.
Ik wist dat ik niet in het gewone schoolgebouw was.
Ik zat in een afgesloten gebouw buiten de school.
In mijn kinderhoofd ontstonden de gedachten:
‘Misschien word ik vergeten’
‘Misschien blijft de deur dicht’
‘Misschien zit ik hier dagen’
Een kind beschikt niet over de afstand en relativering van een volwassene.
Ik raakte volledig in paniek.
En buiten liepen kinderen achter elkaar aan.
"Ha die Frank! Ha die Frank!"
Steeds opnieuw.
Om mij te jennen.
Ook dat werd, zoals ik het heb ervaren, geaccepteerd.
Straf omdat ik rekenen niet begreep
In diezelfde periode kreeg ik ook straf omdat ik een rekenles volgens de juf niet goed begreep.
Dat klinkt misschien bijna onvoorstelbaar.
Je begrijpt iets niet.
Dus krijg je straf.
Maar wat had ik nodig?
Uitleg.
Geduld.
Een andere manier van uitleggen.
Misschien een andere manier van leren.
In plaats daarvan moest ik de hele middag op school blijven terwijl alle andere kinderen al uren thuis waren.
Uiteindelijk kwam mijn broer mij ophalen.
De juf zei in een boze toon:
"Nee, Frank mag niet mee. Hij heeft straf."
Maar mijn broer weigerde daarin mee te gaan.
Hij haalde mij op.
Dat moment vergeet ik niet.
Want soms komt bescherming uit een onverwachte hoek.
Soms is één persoon die zegt "Nee, dit klopt niet" genoeg om een kind even het gevoel te geven dat iemand, buiten je ouders om hem wél ziet.
Zelfs mijn schoolmelk werd een straf
Er was ook iets wat misschien klein klinkt, maar dat voor mij heel groot was.
Ik had last van smetvrees.
Ik lustte mijn schoolmelk niet.
De pakjes vond ik vies. Soms zaten er klonten in. Ik vond de melk zuur, onsmakelijk en onaangenaam.
Ik ben altijd al een makkelijke eter geweest, maar deze melk wilde ik gewoon niet drinken.
Op een gegeven moment dronk ik mijn pakje niet meer op.
Dus moest ik het uit de prullenbak halen.
Er zaten zelfs broodkruimels van andere kinderen in.
En ik moest het alsnog opdrinken.
Voor iemand die daar gevoelig voor was, voelde dat afschuwelijk.
Het was niet gewoon: "Je moet je melk opdrinken."
Voor mij betekende het dat ik iets uit een prullenbak moest halen waar afval en etensresten in zaten en het vervolgens aan mijn mond moest zetten.
Ik wilde niet.
Maar ik moest.
En opnieuw leerde ik iets wat geen kind zou hoeven leren:
dat jouw grenzen er blijkbaar niet toe doen.
Mijn beste vriend
Mijn beste vriend was, net als ik, een rustig en stiller type.
Ook hij kreeg met haar te maken.
Op een dag werd hij door haar door elkaar geschud.
Hij schrok daar zo erg van dat hij onmiddellijk naar een andere school wilde.
Later besloot ik zelf ook van school te gaan.
Mijn vriend zat toen op die andere school.
Maar voordat ik daar terechtkwam, was hij verhuisd naar een andere stad.
Daardoor zag ik hem uiteindelijk vrijwel nooit meer.
Dat vond ik nog altijd verdrietig.
Want soms denk ik dat wij elkaar in die periode misschien juist nodig hadden.
Twee rustige kinderen.
Twee kinderen die niet zoveel ruimte opeisten.
Je verliest een gevoel van veiligheid.
Je verliest vertrouwen.
En soms raak je ook mensen kwijt die juist een stukje veiligheid vormden.
De Fontein: een school waar het wél prettiger was
Mijn beste vriend was uiteindelijk verhuisd naar een andere stad. Dat gebeurde nog voordat ik naar de volgende school ging, waardoor ik hem daar helaas niet meer terugvond. Dat was pijnlijk, juist omdat hij iemand was bij wie ik me verbonden voelde en die zelf ook rustig en stil was.
Toch betekende de volgende school, De Fontein, een duidelijke verandering in positieve zin. Het was daar een stuk prettiger voor mij. Ik heb daar geen negatieve ervaringen met de leerkrachten gehad en ook geen negatieve ervaringen met mijn klasgenoten.
De Fontein liet mij ook zien dat een andere omgeving daadwerkelijk verschil kon maken. Wanneer de mensen om je heen je normaal behandelen en je niet voortdurend het gevoel geven dat er iets mis met je is, ontstaat er ruimte om gewoon kind te zijn.
Misschien droeg zij zelf ook pijn
Soms probeer ik mij voor te stellen hoe het leven van die leerkracht eruit moet hebben gezien voordat ik haar ooit ontmoette. Ik vraag me weleens af of zij misschien zelf een veel heftigere jeugd heeft gehad dan ik. Of ze misschien ooit zelf op een bepaalde manier is gekwetst, vernederd of niet begrepen. Misschien heeft ze dingen meegemaakt waar ik niets van weet en die haar hebben gevormd tot de persoon die ze uiteindelijk werd.
Ik wil daar ook geen verhaal van maken alsof ik haar verleden ken. Maar alleen al de gedachte dat er misschien een geschiedenis achter haar gedrag zit, helpt mij soms om er anders naar te kijken.
Niet om haar te verdedigen.
Niet om te zeggen dat wat er gebeurde eigenlijk wel meeviel.
En al helemaal niet om te doen alsof ik haar inmiddels heb vergeven. Dat heb ik nog niet. Sommige dingen laten simpelweg een diepe indruk achter.
Maar ik begin wel te begrijpen dat er een verschil bestaat tussen iemand begrijpen en iemand verontschuldigen.
Wanneer ik me voorstel dat zij misschien zelf ooit een kind is geweest dat niet de liefde, veiligheid of begeleiding kreeg die het nodig had, ontstaat er heel voorzichtig iets anders naast mijn boosheid: mededogen.
Niet alleen voor haar, maar ook voor mezelf.
Want misschien betekent genezing soms ook dat je de persoon die jou pijn heeft gedaan niet langer voortdurend hoeft te dragen in je eigen hart.
Dat maakt haar gedrag niet minder verkeerd.
Maar het kan de herinnering wel iets minder scherp maken.
Hoofdstuk 3:
Het hield niet op toen ik van school ging
Mijn eigen straat voelde niet meer veilig. Zelfs een simpele boodschap naar de winkel kon onverwacht omslaan in angst.
Maar wat gebeurde er precies?
En hoe verander je van een kind dat nauwelijks voor zichzelf durfde op te komen in iemand die uiteindelijk wél zijn grenzen leert bewaken?
Create Your Own Website With Webador